Veel baby’s ontwikkelen in de eerste levensmaanden een zogenaamde voorkeurshouding. Dat betekent dat het kind het hoofd voornamelijk naar één bepaalde kant draait of legt. Blijft deze eenzijdige houding langere tijd bestaan, dan kan daaruit een schedelasymmetrie (plagiocefalie) ontstaan. Ouders merken dit vaak door een afvlakking aan de achterzijde van het hoofd of door verschillen in de schedelvorm.
In onze praktijk gaan we gericht op zoek naar de oorzaken van deze voorkeurshouding. Met specifieke onderzoeken kunnen we vaststellen of musculaire, orthopedische of ontwikkelingsgebonden factoren de houding beïnvloeden. Op basis daarvan kiezen we therapieën afgestemd op de behoeften van kind.
Een belangrijk hulpmiddel hierbij is plagiocefalometrie – een nauwkeurige meting van de schedelvorm. Zo kunnen we de ontwikkeling objectief vastleggen en veranderingen opvolgen.
Ons doel is om kinderen zo vroeg mogelijk te begeleiden, zodat latere beperkingen vermeden kunnen worden. Samen met de ouders werken we aan praktische oefeningen voor thuis, die het hoofdje weer in balans brengen en een gezonde ontwikkeling garanderen.